{"id":159,"date":"2023-11-22T09:24:09","date_gmt":"2023-11-22T09:24:09","guid":{"rendered":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/?p=159"},"modified":"2023-11-22T09:24:09","modified_gmt":"2023-11-22T09:24:09","slug":"overheidsopdracht-of-raamovereenkomst","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/2023\/11\/22\/overheidsopdracht-of-raamovereenkomst\/","title":{"rendered":"Overheidsopdracht of raamovereenkomst?"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het onderscheid tussen een overheidsopdracht en een raamovereenkomst is niet altijd even helder. Het belang van het onderscheid zit hem onder andere in de maximale looptijd die een raamovereenkomst mag hebben, namelijk vier jaar. Wanneer een raamovereenkomst een langere looptijd kent, moet de aanbestedende dienst in de aanbestedingsstukken motiveren waarom een langere looptijd proportioneel en noodzakelijk is. Maar wanneer is er nu sprake van een raamovereenkomst die aanbesteed wordt? Voor die vraag zag de rechtbank Limburg zich geplaatst in <a href=\"https:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:6561\">een recente uitspraak<\/a>.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Wat speelde er precies?<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De gemeente Landgraaf had een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor de levering van tuin- en groenmachines, inclusief het noodzakelijk onderhoud. De aanbestede overeenkomst kende een looptijd van drie jaar met tweemaal de optie om de overeenkomst voor een jaar te verlengen. De opdracht zou worden gegund op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Intrak Voerendaal B.V. diende een inschrijving in voor deze opdracht. Na beoordeling van de ingediende inschrijvingen berichtte de gemeente Intrak dat de opdracht niet aan haar gegund zou worden, omdat de inschrijving van Intrak niet de beste prijs-kwaliteitverhouding had.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Intrak is het hiermee niet eens en maakt bezwaar bij de rechtbank. Haar voornaamste argument is dat de gemeente een raamovereenkomst met een looptijd van vijf jaar heeft aanbesteed, zonder dat in de aanbestedingsstukken een motivering was opgenomen waarom deze looptijd voor een raamovereenkomst was toegestaan. De gemeente voert hiertegen verweer door te stellen dat zij geen raamovereenkomst heeft aanbesteed maar een reguliere overheidsopdracht, zodat de duur van de overeenkomst niet relevant is. Daarnaast zou Intrak haar rechten hebben verwerkt om hierover te klagen, omdat zij niet van tevoren hierover heeft geklaagd.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De Voorzieningenrechter passeert deze verweren van de gemeente en komt tot de conclusie dat er wel degelijk sprake is van een raamovereenkomst. Deze conclusie baseert de Voorzieningenrechter op het feit dat de overeenkomst enkel de voorwaarden waaronder de gemeente bestellingen in de toekomst kan doen of onderhoud kan verlangen, behelst. Nergens zijn concrete aantallen benoemd waaraan de opdrachtnemer rechten kan ontlenen. Hierdoor is er geen sprake van een vastomlijnde opdracht, maar van een situatie waarin enkel de voorwaarden zijn vastgelegd waaronder de gemeente in de toekomst overheidsopdrachten bij die specifieke opdrachtnemer kan plaatsen. Hierdoor is er sprake van een raamovereenkomst en geen normale overheidsopdracht.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nu er sprake is van een raamovereenkomst mag de maximale looptijd slechts vier jaar zijn. De Voorzieningenrechter geeft aan dat voor de bepaling of de looptijd vier jaar is, gekeken moet worden naar de initi\u00eble looptijd en de eventuele verlengingsopties. Dat er eventueel een tussentijdse opzeggingsbevoegdheid is voor de gemeente doet daar niet aan af. De totale looptijd van de onderhavige raamovereenkomst bedraagt daardoor vijf jaar. Dat is op grond van artikel 2.140, lid 3, Aw 2012 zonder deugdelijke motivering te lang. Vast staat dat de gemeente een dergelijke motivering niet heeft opgenomen in de aanbestedingsstukken en dus artikel 2.140, lid 3, Aw 2012 heeft geschonden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Vervolgens wijst de Voorzieningenrechter ook het verweer van rechtsverwerking af. Hij geeft aan dat de schending van artikel 2.140, lid 3, Aw 2012 een fundamenteel gebrek is, dat niet te herstellen is door een simpele herbeoordeling. Enkel een heraanbesteding kan dit gebrek herstellen. Doordat er sprake is van een fundamenteel gebrek kan het rechtsverwerkingsverweer van de gemeente niet slagen. Conclusie is dat de gemeente over zal moeten gaan tot een heraanbesteding, als zij de opdracht nog wenst te gunnen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het belang van deze uitspraak is tweeledig. Enerzijds geeft de uitspraak inzicht in hoe je kan beoordelen of er sprake is van een raamovereenkomst. De Voorzieningenrechter zegt eigenlijk dat als de overeenkomst onvoldoende concreet is over welke aantallen wanneer geleverd of onderhouden moeten worden en enkel voorwaarden geeft waaronder de diensten of leveringen afgeroepen kunnen worden, er altijd sprake is van een raamovereenkomst. Dat is een vrij heldere en consistente uitleg.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Anderzijds geeft de Voorzieningenrechter vrij duidelijk aan dat schending van artikel 2.140, lid 3, Aw 2012 een fundamenteel gebrek is. Rechtsverwerking gaat dan niet op en de enige terechte conclusie is dan ook heraanbesteding. Dit deel van de uitspraak past naadloos in de trend die vorig jaar is ingezet in de rechtspraak wat betreft het Grossman verweer. Rechters proberen inschrijvers meer te helpen en nemen minder snel en vaak rechtsverwerking aan.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het onderscheid tussen een overheidsopdracht en een raamovereenkomst is niet altijd even helder. Het belang van het onderscheid zit hem onder andere in de maximale looptijd die een raamovereenkomst mag hebben, namelijk vier jaar. Wanneer een raamovereenkomst een langere looptijd kent, moet de aanbestedende dienst in de aanbestedingsstukken motiveren waarom een langere looptijd proportioneel en [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-159","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/159","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=159"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/159\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":160,"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/159\/revisions\/160"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=159"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=159"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/ama-advocatuur.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=159"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}