Het niet vaker dan een keer per jaar mogen indexeren is geen disproportionele voorwaarde

Alle eisen en voorwaarden die een aanbestedende dienst stelt in een aanbestedingsprocedure, moeten proportioneel zijn. Dat wil zeggen dat deze eisen en voorwaarden in redelijke verhouding staan tot de omvang van de opdracht en dat zij de risico’s neerleggen bij de partij die de risico’s kan beheersen. Prijsstijgingen zijn dergelijke risico’s, zeker gelet op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Bij wie moeten die risico’s liggen en hoe vaak zou je prijzen minimaal moeten indexeren? Voor onder andere die vragen zag de Rechtbank Midden-Nederland zich in een recente uitspraak geplaatst.

Wat speelde er precies?

De gemeente Almere had namens een aantal gemeenten in de provincie Flevoland een inkoopprocedure georganiseerd voor jeugdhulp. De opdracht was onderverdeeld in drie hoofdpercelen, ieder gericht op een eigen onderdeel van de jeugdhulp. In de aanbestedingsstukken was onder andere opgenomen dat de prijzen jaarlijks op 1 juli geïndexeerd mochten worden. Een tweetal bedrijven die een aanbieding wilden doen, waren het onder andere niet eens met deze indexatie clausule en starten een kort geding. Inzet wat betreft de indexeringsclausule was aanpassing van die clausule, zodat er vaker geïndexeerd mocht worden. Gezien de huidige ontwikkelingen vonden zij het een reëel risico dat de prijzen tussentijds dusdanig zouden stijgen dat het niet vaker mogen indexeren disproportioneel zou uitwerken.

De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Hij geeft aan dat de indexeringsclausule duidelijk is en inschrijvers eenmaal per jaar de mogelijkheid geeft in het geval van gestegen prijzen, de tarieven te indexeren/verhogen. Hiermee kan een inschrijver de gestegen kosten opvangen. Het risico van tussentijds gestegen prijzen is daardoor beperkt tot aan 1 juli van dat jaar of het volgende jaar. Dat is een te overziene periode. Daarnaast behoort het voorfinancieren van gestegen kosten tot het normale ondernemingsrisico, aldus de voorzieningenrechter. Alles afwegend meent hij daarom dat er geen sprake is van een disproportionele eis. Doordat er op andere gronden – geen goede berekening van reële tarieven bijvoorbeeld – wel sprake was van onregelmatigheden, oordeelde de voorzieningenrechter wel dat de procedure niet ongewijzigd mocht worden voortgezet.

Deze uitspraak laat mijns inziens zien dat het maximaal eenmaal indexeren per jaar, niet snel als disproportioneel zal worden aangemerkt. Op zich vind ik dat een begrijpelijk oordeel. Het opvangen van gestegen prijzen is natuurlijk in beginsel een ondernemingsrisico. Dit wordt mijns inziens enkel anders wanneer de kosten/prijsstijging onvoorzien is en dusdanig fors is dat deze stijging het normaal ondernemingsrisico te boven gaat. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een plotselinge stijging van de grondstofprijs met 100% door een natuurramp. Of een prijsstijging normaal ondernemingsrisico te boven gaat, vereist elke keer een individuele analyse. Neemt niet weg dat een indexeringsclausule in die analyse een belangrijke rol zal spelen.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *