Sinds het Croce Amica arrest van het Hof van Justitie staat vast dat een aanbestedende dienst een aanbesteding mag intrekken, maar wel dat hij deze beslissing verplicht moet motiveren en mededelen aan de inschrijvers. Dit heeft als doel te waarborgen dat het transparantiebeginsel en het gelijkheidsbeginsel in acht worden genomen. Maar worden er nog inhoudelijke eisen aan deze motivering gesteld? Voor die vraag zag de Rechtbank Limburg zich gesteld in een recente uitspraak.
Wat speelde er precies?
De gemeente Voerendaal had een meervoudig onderhandse aanbesteding georganiseerd voor de levering van 60 zit-sta bureaus. Als gunningscriterium hanteerde de gemeente de economisch meest voordelige inschrijving, gelet op enerzijds prijs en anderzijds kwaliteit. Niet was beschreven in de stukken hoe de te scoren punten zouden worden verdeeld onder de inschrijvingen. Ergonomiespecialist diende een inschrijving in. Na beoordeling van de inschrijvingen was de gemeente voornemens de opdracht aan een ander dan Ergonomiespecialist te gunnen. Ergonomiespecialist maakt daartegen bezwaar via een kort geding. Naar aanleiding van de argumenten die Ergonomiespecialist aandraagt in haar dagvaarding, waaronder onduidelijkheid in de puntentoekenning, besluit de gemeente de aanbesteding in te trekken. Als reden hiervoor geeft zij aan dat de gemeente niet de puntentoekenning duidelijk genoeg had omschreven, zodat niet bepaald kan worden wie de economisch meest voordelige inschrijving had gedaan.
Ergonomiespecialist zet haar kort geding voort en meent dat de gemeente de onderhavige aanbesteding niet mocht intrekken en de opdracht aan haar moet gunnen. De rechtbank begint haar oordeel met te verwijzen naar de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie. Vervolgens bekijkt de rechtbank of de gemeente duidelijk en concreet heeft verwoord waarom zij de onderhavige aanbesteding intrekt. De rechtbank meent dat de gemeente dit wel heeft gedaan. Het ontbreken van een wijze van scoretoekenning is een goede reden om de aanbesteding in te trekken. Zonder scoretoekenningsmethodiek is namelijk niet te beoordelen wie de economisch meest voordelige inschrijving heeft ingediend.
Daaraan voegt de rechtbank toe dat de gemeente beschikt over contracteringsvrijheid en dat als zij deugdelijk motiveert waarom zij een aanbesteding intrekt, de gemeente rechtmatig handelt. De beginselen van transparantie en gelijke behandeling zijn dan voldoende in acht genomen. Nu de gemeente dus terecht de aanbesteding heeft ingetrokken, kunnen de vorderingen van Ergonomiespecialist niet slagen.
Hieraan voegt de rechtbank tot slot toe dat nu nog niet bekend is of en hoe de gemeente deze opdracht opnieuw in de markt zal zetten, een verbod tot heraanbesteding prematuur is. Een dergelijke vordering kan pas eventueel succesvol zijn als bekend is op welke wijze de gemeente de opdracht opnieuw in de markt zal zetten.
Het belang van deze uitspraak zit hem in de wijze van toetsing van de rechtbank. Hoewel deze wijze van toetsing niet nieuw is en voortvloeit uit het Croce Amica arrest, laat de motivering van de rechtbank wel zien dat een deugdelijke grond voor intrekking gemotiveerd medegedeeld moet worden aan de inschrijvers. Zich enkel beroepen op contractsvrijheid of een voorbehoud tot intrekking in de aanbestedingsstukken is volgens de rechtbank onvoldoende. Er moet een duidelijke grondslag benoemd worden.
Geef een reactie