Moet een onvoldoende op de kwalitatieve gunningscriteria tot ongeldigheid leiden?

Aanbestede opdrachten worden gegund op basis van het principe economisch meest voordelige inschrijving. Doorgaans wordt de EMVI-inschrijving bepaald aan de hand van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Maar wat nu als je op een van de kwaliteitscriteria een zware onvoldoende scoort? Moet de inschrijving dan om die reden als ongeldig terzijde gelegd worden? Onder andere voor die vraag zag het Hof Den Haag zich geplaatst in een recent arrest.

Wat speelde er precies?

De politie c.s. (hierna: “politie”) had een aanbesteding georganiseerd voor medische arrestantenzorg. De opdracht was onderverdeeld in 10 geografische percelen. Na een zeer lange periode heeft de politie deze opdracht voor alle percelen gegund aan Regionale Medische Diensten (hierna: “RMD”). Twee inschrijvers (FMMU en FARR) waren het niet eens met deze gunning en waren een kort geding gestart. Bij vonnis van 4 juli 2025 had de rechtbank Den Haag alle vorderingen van FMMU en FARR afgewezen. FMMU en FARR gaan in hoger beroep tegen deze uitspraak. In afwachting van de uitkomst in hoger beroep, besluit de politie de opdracht voorlopig nog niet definitief te gunnen.

Inzet in hoger beroep is onder andere dat de politie de inschrijving van RMD als ongeldig terzijde legt. De reden hiervoor is dat RMD een onvoldoende had gescoord op een van de kwalitatieve gunningscriteria wat betreft zes van de tien percelen. Het Hof kan dit standpunt van FMMU en FARR niet volgen. Het Hof oordeelt dat nu er geen expliciete sanctie van ongeldigheid stond op het scoren van een onvoldoende en dat de politie in een ander systeem van puntentoekenning of aftrek in het geval van een slechte kwalitatieve score had voorzien, er geen ruimte is om de inschrijving van RMD om die reden ongeldig te verklaren.

Nu ook de andere argumenten van FMMU en FARR niet slagen, bekrachtigt het Hof het vonnis van de Rechtbank Den Haag. De politie kan en mag daarom de opdracht definitief gunnen aan RMD.

Hoewel ik slechts in ga op een zeer klein gedeelte van dit arrest, vind ik dit wel een belangrijk onderdeel van dit arrest, om twee redenen. In de eerste plaats laat het Hof heel duidelijk zien dat een sanctie zoals ongeldigheid alleen maar aan de orde is als die sanctie ondubbelzinnig in de aanbestedingsstukken was opgenomen. Als bijvoorbeeld in de stukken staat dat het scoren van een onvoldoende op de kwalitatieve gunningscriteria tot ongeldigheid leidt, dan moet je als aanbestedende dienst de inschrijving die een onvoldoende scoort op een of meerdere van de kwalitatieve criteria ook daadwerkelijk als ongeldig ter zijde leggen. Nu de politie deze sanctie in het onderhavige geval niet had opgenomen, kan dit naderhand niet alsnog geïntroduceerd worden door een klagende inschrijver.

In de tweede plaats laat dit arrest duidelijk zien dat er ook alternatieve manieren zijn om met inschrijvingen die slecht scoren op de kwalitatieve criteria om te gaan. Het mechanisme dat de politie had geïntroduceerd was namelijk dat inschrijvingen die slecht tot heel erg slecht scoren in plaats van punten krijgen, een puntenaftrek krijgen. Het gevolg van zo’n systeem is dat de onderscheidende waarde van de kwaliteitscriteria vergroot wordt en in beginsel de invloed van het prijscriterium verminderd wordt. Ik zeg in beginsel, want in de onderhavige casus van deze aanbesteding was RMD verreweg de goedkoopste inschrijving en had zij minder goed gescoord op de kwalitatieve criteria. Het verwachte effect hoeft dus niet altijd in de praktijk op te treden.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *