Wanneer leg je in het kader van een aanbesteding een valse verklaring af?

Het afleggen van een valse verklaring is een facultatieve uitsluitingsgrond in de Aanbestedingswet. Doorgaans wordt deze uitsluitingsgrond wel van toepassing verklaart in de aanbestedingsstukken. Logisch meen ik, want het afleggen van een valse verklaring raakt naar mijn mening de integriteit van de onderneming en diens inschrijving. Met een onderneming die een dergelijke valse verklaring aflegt zou je mijns inziens geen zaken willen doen. 

Maar wanneer leg je nu precies een valse verklaring af. Die vraag lag recentelijk voor bij zowel de Rechtbank Overijssel in twee uitspraken als een arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden in beroep van een uitspraak van de Rechtbank Overijssel van vorig jaar. De kern van deze uitspraken en het arrest is dat als je een feit verzwijgt dat heeft plaatsgevonden en is vastgesteld voor datum inschrijving, je een valse verklaring aflegt. Je kunt echter geen valse verklaring afleggen over een toekomstige omstandigheid die nog zou moeten gaan gebeuren. De kern hiervan vinden we terug in het arrest van het Hof.

Wat speelde daar nu precies?

Twee Twentse gemeenten hadden een openbare aanbesteding georganiseerd voor de inkoop van zorg in het kader van de WMO en de Jeugdwet. Inschrijvers moesten in hun inschrijving aangeven akkoord te gaan met de raamovereenkomst. In de raamovereenkomst was opgenomen dat als er sprake was van een bestuursrechtelijke overtreding in de voorafgaande vijf jaar aan het moment van ondertekenen van de raamovereenkomst, de overeenkomst niet zou worden aangegaan. In haar inschrijving had BiOns aangegeven dat een dergelijke situatie niet op haar van toepassing was. Echter, de gemeenten had een besluit genomen waaruit bleek dat BiOns niet, althans onvoldoende had meegewerkt aan verzoeken om informatie. Bezwaar en beroep tegen deze beslissing liepen nog. Het besluit van de gemeenten dateerde echter van na het moment van inschrijving, namelijk 5 juli 2022, terwijl de inschrijving van BiOns dateerde van 22 september 2021. De gemeenten hebben desondanks de inschrijving van BiOns uitgesloten onder andere vanwege een valse verklaring.

BiOns stelt hier bezwaar tegen in. Dit bezwaar wordt door de Rechtbank Overijssel afgewezen. BiOns gaat in hoger beroep. Het Hof constateert in dit kader twee zaken. Bij een inschrijving aangeven akkoord te gaan met de eisen van de raamovereenkomst, is daadwerkelijk wat anders dan het ondertekenen van een raamovereenkomst. Voor het artikel uit de raamovereenkomst geldt dus een ander toetsingsmoment dan het afleggen van een valse verklaring. Daarvoor moet ja namelijk kijken naar het moment van inschrijven.

Op het moment van inschrijven door BiOns was het bestuursrechtelijke besluit nog niet genomen door de gemeenten. Daardoor kon BiOns daar ook nog geen rekening mee houden in haar inschrijving. Hierdoor heeft zij geen valse verklaring afgelegd en hadden de gemeenten haar inschrijving op die grond dus niet mogen uitsluiten. Uiteindelijk resulteert dit erin dat het bezwaar van BiOns slaagt en dat zij alsnog een raamovereenkomst gegund moet krijgen van de gemeenten.

Dit arrest laat duidelijk zien dat je enkel een valse verklaring kan afleggen over een feit dat al vastgesteld was voorafgaand aan het moment van inschrijving. De inschrijver moet dus al dan niet bewust iets wat is voorgevallen verzwijgen. In zoverre wijken de feiten die ten grondslag liggen aan dit arrest van het Hof dus ook af van de uitspraken van de Rechtbank Overijssel van 8 mei jl. en 23 mei jl. Daar was de vermeende overtreding bij rechterlijke uitspraak in 2022 geconstateerd, dus voor het moment van inschrijven. De betreffende inschrijver had dus deze rechterlijke veroordeling moeten vermelden en door dat niet te doen, legt deze inschrijver een valse verklaring af. Hoger beroep tegen deze twee uitspraken loopt momenteel, dus wordt vervolgd.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *