Er gaat nagenoeg geen aanbesteding voorbij of de aanbestedende dienst vraagt wel om referenties. Vaak is daarbij onderdeel dat de inschrijver moet aantonen dat hij een werk of opdracht in het verleden van een bepaalde omvang heeft uitgevoerd. Maar mag je dan een aantal werken/opdrachten stapelen als inschrijver om aan die omvang te kunnen voldoen? Dat hangt maar net af van de formulering van de geschiktheidseis in de aanbestedingsstukken, aldus een recentelijk gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Den Haag.
Wat speelde er precies?
Rijkswaterstaat had een drietal aanbestedingen voor baggerwerkzaamheden in de markt gezet. Bij alle drie de aanbestedingen hanteerde zij dezelfde referentie-eisen, namelijk de inschrijver moest aantonen met één opdracht van een bepaalde omvang over voldoende ervaring te beschikken om de opdracht ook qua leidinggeven en projectmanagement uit te kunnen voeren. Een onderneming schrijft op deze opdracht in en voert als referentie op meerdere opdrachten die zij op grond van een overeenkomst voor een aan haar gelieerde onderneming heeft uitgevoerd.
Rijkswaterstaat heeft haar twijfels over de juistheid van deze referentie en of deze referentie wel voldoet aan de gestelde eisen. Zij voert langdurig gesprekken met de onderneming om te achterhalen wat de exacte omvang van de uitgevoerde werkzaamheden waren, hoe de projectstructuur eruitzag, welke personen ingezet zijn en welk materiaal ingezet is.
Naar aanleiding van deze verificatie trekt Rijkswaterstaat de conclusie dat de aangeboden referentie niet voldoet, want hij bestond uit meerdere kleine niet samenhangende opdrachten en het onderdeel leidinggeven en projectmanagement was niet aanwezig. Rijkswaterstaat kon daarom geen andere conclusie trekken dan dat de inschrijving van de onderneming terzijde gelegd moet worden.
De onderneming is het hier niet mee eens en start een kort geding. Zij meent dat haar referentie wel voldoet, want een van de werkzaamheden die zij had uitgevoerd had wel de juiste omvang en daar had zij ook leidinggegeven en het projectmanagement uitgevoerd.
De rechtbank gaat hier niet in mee. Een belangrijke overweging daarbij vind ik dat de rechtbank de referentie-eis zo uitlegt dat daaraan voldaan moet worden door middel van één project. Het stapelen van meerdere niet samenhangende opdrachten was niet toegestaan.
Daaraan voegt de rechtbank toe dat uit de stukken die Rijkswaterstaat heeft overgelegd blijkt dat bij het project dat wel van voldoende omvang zou kunnen zijn – want ook daar heeft de rechtbank twijfels bij – de onderneming in ieder geval niet de leidinggevende was die belast was met het projectmanagement. Om die redenen voldoet de aangeboden referentie niet en heeft Rijkswaterstaat de inschrijving van de onderneming terecht terzijde gelegd. De vorderingen van de onderneming worden daarom afgewezen.
Het belang van deze uitspraak zit hem in de duidelijke uitleg die de rechtbank geeft over hoe je een referentie-eis moet uitleggen. In beginsel dien je aan een referentie-eis te voldoen door middel van één vergelijkbare opdracht die voldoet aan de gestelde eisen. Enkel wanneer de aanbestedende dienst in de stukken heeft aangegeven dat inschrijvers meerdere opdrachten mogen combineren om aan één referentie-eis te voldoen, dan is het toegestaan om meerdere werken tot één te combineren.
Geef een reactie