Wat is nu meerwaarde?

In veel gevallen is bij de scoringstabel voor de kwalitatieve criteria opgenomen dat een inschrijver alleen de maximale score kan krijgen, als deze meerwaarde aanbiedt. Maar wat is nu precies meerwaarde en hoe moet je motiveren als aanbestedende dienst of iets wel of niet meerwaarde is? Voor die vraag zag de Rechtbank Den Haag zich gesteld in een recente uitspraak.

Wat speelde er precies?

De gemeente Den Haag had een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor kort gezegd het leveren, plaatsen en beheren van zonnepanelen op gebouwen in eigendom van de gemeente. De gemeente zou de opdracht gunnen op basis van de beste prijs/kwaliteit verhouding. Hiertoe gebruikte de gemeente een aantal kwalitatieve gunningscriteria waarbij inschrijvers enkel de score maximaal zou kunnen behalen als de inschrijver meerwaarde aanbood ten opzichte van het gevraagde.

Innova Duurzaam dient een inschrijving in. In haar inschrijving biedt zij ten behoeve van de kwalitatieve criteria een aantal zaken aan die niet waren benoemd in het programma van eisen. Na beoordeling van de inschrijvingen is de gemeente voornemens om de opdracht niet aan Innova te gunnen. In haar afwijzingsbrief benoemt de gemeente een aantal zaken die positief waren opgevallen in de inschrijving van Innova, maar geeft zij Innova niet de maximale score op de kwalitatieve criteria.

Innova is het hier niet mee eens en start een kort geding. Innova meent dat de positieve zaken die de gemeente heeft benoemd, meerwaarde opleveren en zo ook beoordeeld moeten worden. Hierdoor zou Innova recht hebben op hogere scores en zou de opdracht wel aan haar gegund moeten worden. De gemeente brengt hier tegen in dat deze positieve zaken geen meerwaarde opleveren, omdat ze al besloten lagen in de beoordelingsmethodiek, dan wel buiten de scope van de opdracht vielen.

De rechter gaat mee in het betoog van Innova. In de eerste plaats stelt de rechter vast dat de positieve zaken die Innova benoemt, geen onderdeel zijn van de beoordelingsmethodiek, dan wel opgenomen zijn in het programma van eisen. Zij biedt dus meer aan dan waar de gemeente om heeft gevraagd. De gemeente heeft dan vervolgens volgens de rechter verzuimd om te motiveren dat hoewel dit positieve punten zijn, dit geen meerwaarde oplevert.

In de tweede plaats vraagt de rechter zich af hoe het komt dat de gemeente iets wat buiten de scope van de opdracht zou vallen, wel als positief element benoemt in haar motivering. Als de gemeente iets als positief ervaart, dan moet zij wel motiveren waarom dit positieve niet leidt tot meerwaarde. Anders is de redenering van de gemeente onvoldoende begrijpelijk.

Belangrijk punt dat de rechter en passent aanstipt, is dat de gemeente eigenlijk niet met een aanvullende motivering op de zitting mag komen. Dat is simpelweg te laat.

De slotsom van de rechter is dat de gemeente haar gunningsvoornemen onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd. De rechter gebiedt de gemeente het gunningsvoornemen in te trekken. De rechter laat het aan de gemeente wat de gemeente vervolgens met inachtneming van het vonnis moet gaan doen. De gemeente heeft daardoor verschillende opties, namelijk uitkomst handhaven, maar beter motiveren of herbeoordelen en de opdracht vervolgens gunnen op basis van de nieuwe uitkomst en deze uitkomst goed motiveren richting de inschrijvers. Tot slot kan de gemeente ook nog – als zij daartoe gronden en redenen heeft – de aanbesteding intrekken.

Het belang van deze uitspraak is mijns inziens tweeledig.

Het belangrijkste deel is naar mijn mening dat de rechter enige duiding geeft van wat meerwaarde kan zijn en hoe een aanbestedende dienst daar mee dient om te gaan. Als een inschrijver meer aanbiedt dan vereist in het programma van eisen of iets aanbiedt dat geen onderdeel was van de uitvraag, maar daar wel verband mee heeft, dan is dat in beginsel meerwaarde. Dat geldt des te meer wanneer een aanbestedende dienst ook aangeeft deze onderdelen als positief te zien.

Wanneer een aanbestedende dienst dan vervolgens deze positieve elementen, niet beter waardeert, dan moet de aanbestedende dienst dit wel goed motiveren.

Het tweede deel dat belangrijk is, is toch wel de bekende herhaling van de rechtbank dat een aanvullende motivering van de aanbestedende dienst die pas op zitting wordt gegeven, veels te laat is. Een rechter kan en mag daar geen aandacht meer aan besteden. Deze constatering ligt volledig in lijn met de bestendige rechtspraak dat alle relevante redenen goed en uitgebreid gemotiveerd in de gunningsbeslissing opgenomen moeten zijn.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *