Herstel van een inschrijving mag niet tot een wezenlijk andere inschrijving leiden

Waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Wanneer er in een inschrijving fouten worden gemaakt, leidt dat vaak tot terzijde legging van de inschrijving. Deze inschrijving is dan ongeldig. In uitzonderlijke gevallen is er ruimte voor herstel van de inschrijving. Deze ruimte is er echter alleen als aan strikte voorwaarden is voldaan. Een van die voorwaarden is dat de inschrijving niet wezenlijk anders mag worden door het herstel. Maar wanneer wordt een inschrijving nu wezenlijk anders? Voor die vraag zag de Rechtbank Zeeland-West-Brabant zich in een recente uitspraak gesteld.

Wat speelde er nu precies?

CZ Zorgkantoor was een inkoopprocedure gestart voor de inkoop van Wlz-zorg. Het is vaste rechtspraak dat zorgkantoren geen aanbestedende diensten zijn, maar dat zij bij hun inkoopprocedures wel gebonden zijn aan de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht.

Nieuwe inschrijvers voor het leveren van zorg dienden bij hun inschrijving een ondernemingsplan te voegen. Uit dit plan diende op realistische wijze voort te vloeien hoe zij de zorg zouden gaan verlenen en welke financiële aspecten daarbij een rol zouden spelen. De Zorgheimer is zo’n nieuwe zorgaanbieder en diende bij haar inschrijving dus een ondernemingsplan te voegen. In haar ondernemingsplan schrijft De Zorgheimer dat zij uitgaat van een 100% bezettingsgraad, teneinde de diensten te kunnen verrichten. Verder geeft zij aan dat zij uiteraard wel momenten van mindere bezettingsgraad kent.

CZ Zorgkantoor besluit de inschrijving van De Zorgheimer uit te sluiten, onder andere omdat De Zorgheimer uitgaat van een onrealistisch bezettingspercentage. Een continue bezetting van 100% is niet realistisch, zoals De Zorgheimer in haar ondernemingsplan zelf ook al had benadrukt. De Zorgheimer gaat in beroep tegen deze uitsluiting, met als voornaamste argument dat zij in de gelegenheid gesteld had moeten worden haar bezettingspercentage te herstellen naar een realistisch percentage.

De voorzieningenrechter wijst dit argument echter zeer gedecideerd af. De voorzieningenrechter benadrukt dat het bieden van herstel niet mag leiden tot een wezenlijk andere inschrijving en dat op basis van de gegevens uit de inschrijving duidelijk moet zijn wat het juiste percentage had moeten zijn. Het aanpassen van een bezettingspercentage naar een realistisch percentage leidt volgens de voorzieningenrechter niet alleen tot een wezenlijk andere inschrijving, maar ook is niet duidelijk op basis van de inschrijving, dan wel gegevens daterend van voor de inschrijving welk percentage dat zou zijn. Om die redenen kan herstel niet aan de orde zijn.

Deze uitspraak laat andermaal zien dat een succesvol beroep op het bieden van herstel niet snel zal slagen. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen is herstel mogelijk. Daarbij is het dus absoluut noodzakelijk dat op basis van objectieve gegevens uit de inschrijving zelf of daterend van voor de inschrijving mogelijk moet zijn om objectief te bepalen wat de juiste inschrijving of in dit geval percentage had moeten zijn. In heel veel gevallen biedt de inschrijving daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *