Artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012 bepaalt dat een voornemen tot gunning/afwijzing de relevante redenen omvat voor die beslissing. Onder relevante redenen verstaat de Aanbestedingswet 2012 de naam van de winnende inschrijver en de relatieve voordelen en kenmerken van de winnende inschrijving. In de praktijk komt dat er vaak op neer dat de naam van de winnende inschrijver wordt genoemd en de eigen scores op de gunningscriteria en de motivering voor de eigen scores. Maar voldoet dat aan de wettelijke vereisten? Daarover is de laatste tijd veel geprocedeerd.
Een mooi recentelijk voorbeeld daarvan is een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Die oordeelde dat een afgewezen inschrijver recht heeft op de eindscores van zowel de winnende inschrijver als de eigen inschrijving en de specifieke kenmerken en redenen waarom de eigen inschrijving zo is beoordeeld. Een inschrijver heeft normaliter geen recht op de exacte inschrijfprijs als de inschrijver die zelf kan berekenen op basis van de toegekende scores. Verder heeft een inschrijver geen recht op alle voordelen van de winnende inschrijver per gunningscriterium. Voldoende is dat er een aantal voordelen benoemd worden, zodat inzichtelijk is hoe het komt dat deze inschrijving beter heeft gescoord dan de eigen inschrijving.
Wat speelde er precies?
Rijkswaterstaat had een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor het beheer en onderheid van Maritiem Informatievoorzieningen en ServicePunt (MISVP) locaties. Het gunningscriterium was de beste prijs/kwaliteitverhouding. Prijs telde voor 30% mee en de kwalitatieve gunningscriteria voor 70%. Zowel Dekimo als een combinatie deden een inschrijving op deze aanbesteding. Na beoordeling van de inschrijvingen, eindigde de inschrijving van Dekimo op de eerste plaats en die van de combinatie op de tweede plaats. In het voornemen tot gunning heeft Rijkswaterstaat de scores op de gunningscriteria bekendgemaakt en daarbij een motivering gegeven van hoe de scores van de betreffende inschrijver tot stand waren gekomen. Verder had Rijkswaterstaat een aantal voordelen van de inschrijving van Dekimo ten opzichte van de inschrijving van de combinatie benoemd.
De combinatie is het niet met de uitslag eens en start een kort geding. Daarin voert de combinatie onder andere het argument dat Rijkswaterstaat haar gunningsvoornemen onvoldoende had gemotiveerd, want zij had niet de exacte inschrijfprijs van Dekimo benoemd en zij had niet per kwalitatief gunningscriterium de voordelen van Dekimo benoemd.
De rechtbank gaat niet mee in dit argument. In de eerste plaats herhaalt de rechtbank waar een afgewezen inschrijver sowieso qua motivering recht op heeft. Dat zijn de eindscores van zijn eigen inschrijving en die van de winnende inschrijving. Daarnaast dient er een goede motivering te zijn van de wijze waarop de eigen inschrijving per gunningscriterium is beoordeeld.
In de tweede plaats benadrukt de rechtbank dat een inschrijver geen recht heeft op de exacte inschrijfprijs van de winnende inschrijver, wanneer deze uit te rekenen valt op basis van de scores. Nu Rijkswaterstaat de prijsscores bekend had gemaakt, kon de combinatie zelf de prijs van Dekimo uitrekenen en had de combinatie geen belang bij dit argument.
In de derde plaats voegt de rechtbank daaraan toe dat als de aanbestedende dienst in zijn algemeenheid heeft omschreven dat de winnende inschrijver zijn inschrijving over het algemeen beter heeft uitgewerkt en onderbouwd en daarbij een aantal relevante voordelen benoemd van deze inschrijving, de aanbestedende dienst voldaan heeft aan zijn motiveringsverplichting. Daar voegt hij expliciet aan toe dat dus niet noodzakelijk is dat de aanbestedende dienst in aanvulling op de motivering van de eigen scores per gunningscriterium in detail aangeeft welke voordelen de winnende inschrijving had per gunningscriterium.
In de vierde plaats geeft de rechtbank aan dat uit artikel 2.130 Aw 2012 niet volgt dat een aanbestedende dienst zijn motivering zou moeten onderbouwen met stukken, zoals bijvoorbeeld een deels zwartgelakt beoordelingsformulier van de winnende inschrijver. Een afgewezen inschrijver moet het doen met de motivering die de aanbestedende dienst op papier verschaft.
Nu Rijkswaterstaat voldoende heeft gemotiveerd volgens de rechtbank, stranden de vorderingen van de combinatie. Rijkswaterstaat mag de opdracht definitief gunnen aan Dekimo.
Het belang van deze uitspraak zit hem in enkele details van de uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Zo bevestigt de rechtbank dat het niet vereist kan worden van een aanbestedende dienst om zijn motivering te onderbouwen met beoordelingsstukken van de winnende inschrijver. Dat lijkt mijns inziens juist, aangezien daarvoor ook geen steun te vinden is in artikel 2.130 Aw 2012. Een dergelijke conclusie zou echter ook ingaan tegen de bedrijfsvertrouwelijkheid en concurrentiegevoeligheid van inschrijvingen op aanbestedingen.
Een ander detail is dat de rechtbank aangeeft dat niet per gunningscriterium de relatieve voordelen en kenmerken van de winnende inschrijving bekend gemaakt hoeven te worden. Hierover kan verschillend worden gedacht. Ik meen dat de rechtbank zich hier op glad ijs begeeft. Belangrijk is dat er een voldoende draagkrachtige motivering is van de gunningsbeslissing. Als voor de draagkracht van de motivering noodzakelijk is dat er per gunningscriterium de voordelen worden benoemd, omdat de inschrijvingen heel dicht bij elkaar liggen, dan lijkt mij dat de aanbestedende dienst daartoe verplicht is uit hoofde van transparantie en objectiviteit.
Geef een reactie