Een opdrachtnemer die zijn verplichtingen niet nakomt, is heel vervelend. Voor die niet nakoming kunnen een veelvoud aan redenen zijn. Concurrerende ondernemingen die de opdracht niet hebben gewonnen, kunnen de uitvoering van de opdracht nauwlettend in de gaten houden en klagen bij de aanbestedende dienst wanneer de opdrachtnemer zijn verplichtingen niet nakomt. Vaak stellen zij dat er sprake is van een wezenlijke wijziging en dat verdere uitvoering van de opdracht gestaakt moet worden en dat er een heraanbesteding moet plaats vinden. Maar is dat altijd zo? In een recente uitspraak had de Rechtbank Den Haag de vraag bij de hand wanneer niet nakoming een wezenlijke wijziging van de opdracht inhoudt.
Wat speelde er precies?
De Nederlandse Staat had in 2021 een aanbesteding georganiseerd voor intermediairdiensten voor vertaaldienstverlening. Een tweetal percelen van deze aanbesteding had de Staat gegund aan Thebigworld. Tijdens de uitvoering van de opdracht haalt Thebigworld diverse malen de KPI’s niet. De Staat spreekt Thebigworld hier telkenmale op aan en dringt aan op een verbeterplan, naast dat de Staat Thebigworld aansprakelijk stelt voor alle schade die de Staat lijdt en dreigt de overeenkomst te ontbinden. Uiteindelijk gaat de Staat daar niet toe over.
SIGV Tolken en Vertalers Coöperatie – een van de oorspronkelijke inschrijvers – neemt hier kennis van en sommeert de Staat de overeenkomst alsnog te ontbinden, omdat er sprake zou zijn van een wezenlijke wijziging. De Staat weigert dit en SIGV start een kort geding. De inzet van dit kort geding is dat het de Staat verboden wordt verdere uitvoering te laten geven aan de opdracht.
De rechtbank gaat niet mee in het betoog van SIGV. In de eerste plaats meent de rechtbank dat er geen gronden zijn om de overeenkomst te vernietigen. Artikel 4.15 Aw 2012 kent een gesloten systeem van vernietigingsgronden. Het niet nakomen van de verplichtingen uit de overeenkomst is geen grond voor vernietiging genoemd in artikel 4.15 Aw 2012. Daarnaast kent artikel 4.15 Aw 2012 een vervaltermijn van zes maanden. SIGV had haar vorderingen ruim na die zes maanden termijn ingesteld, dus waren haar rechten op grond van artikel 4.15 Aw 2012 sowieso vervallen.
In de tweede plaats is er evenmin grond om aan te nemen dat er sprake is van een wezenlijke wijziging. Hoewel Thebigworld haar verplichtingen niet nakomt, heeft de Staat altijd aangestuurd op correcte nakoming van de overeenkomst. Zij heeft Thebigworld diverse malen in gebreke gesteld en diverse verbeterplannen geëist. Daarnaast heeft zij Thebigworld aansprakelijk gesteld voor al haar schade en gedreigd met ontbinding. Dit alles zorgt ervoor aldus de rechtbank dat de Staat continu heeft gestuurd op correcte nakoming en dat er dus van een wezenlijke wijziging geen sprake kan zijn.
Tot slot merkt de rechtbank op dat mocht er al sprake zijn van een acute dreiging van een wezenlijke wijziging, dat SIGV evenmin kan baten. Pas als er sprake is van uitvoering van een wezenlijk gewijzigde opdracht ontstaat er een heraanbestedingsplicht. Enkel de acute dreiging van een wezenlijke wijziging is onvoldoende om te spreken van een wezenlijk gewijzigde opdracht die heraanbesteed moet gaan worden.
Kortom, de rechtbank wijst alle vorderingen van SIGV af.
Het belang van deze uitspraak zit hem mijns inziens in de overwegingen van de rechtbank die gaan op de wijze waarop de Staat handelend optrad tegen Thebigworld. Als de aanbestedende dienst alle wettelijke mogelijkheden benut om de opdrachtnemer tot nakoming aan te sporen, dan zal het feit dat de opdrachtnemer de KPI’s niet haalt of nog niet haalt, geen wezenlijke wijziging van de opdracht opleveren. Deze uitspraak van de rechtbank Den Haag is daarmee in lijn met de eerdere uitspraken die bijvoorbeeld gaan over het strooizout van Rijkswaterstaat.
Geef een reactie