Het Hof van Justitie heeft in het Sopra-arrest aangegeven dat als een klagende inschrijver voldoende onderbouwd dat de winnende inschrijving weleens abnormaal laag zou kunnen zijn, er op de aanbestedende dienst een analyseverplichting en een motiveringsverplichting rust. Maar hoever gaat deze motiveringsverplichting? Die vraag had de Rechtbank Limburg in een recente uitspraak bij de hand.
Wat speelde er precies?
De gemeente Brunssum had een nationale openbare procedure georganiseerd voor het contracteren van een onderneming die groenonderhoud en zwerfafval verwijdering binnen de gemeente zou gaan uitvoeren. De opdracht was onderverdeeld in twee percelen. Op perceel 2 zijn twee geldige inschrijvingen ontvangen, te weten een inschrijving van Pekflex en een inschrijving van Lux Cernit. Lux Cernit was bijna drie keer zo goedkoop als Pekflex. De opdracht zou worden gegund op basis van de laagste prijs, zodat de gemeente de opdracht voornemens is om te gunnen aan Lux Cernit.
Pekflex is het hier niet mee eens en klaagt met redenen onderbouwd bij de gemeente dat de inschrijving van Lux Cernit wel eens abnormaal laag zou (kunnen) zijn. Onder verwijzing naar het Sopra-arrest stelt Pekflex dat de gemeente dan wel uitgebreid moet gaan analyseren, dan wel dat zij uitgebreid moet gaan motiveren waarom de inschrijving van Lux Cernit niet abnormaal laag is. De gemeente reageert hierop door op hoofdlijnen te motiveren welke analyse van de inschrijving van Lux Cernit zij heeft gemaakt en welke conclusies zij daaraan heeft verbonden.
Pekflex is het hier nog steeds niet mee eens en start een kort geding. Zij wenst een uitgebreidere en gedetailleerdere motivering te verkrijgen, dan wel een daadwerkelijke uitsluiting van Lux Cernit. De rechtbank gaat hier echter niet in mee en wijst alle vorderingen van Pekflex af.
Als onderbouwing geeft de rechtbank aan dat uit het Sopra-arrest voortvloeit dat een aanbestedende dienst slecht op hoofdlijnen aan de klagende inschrijver hoeft aan te geven welke analyse hij heeft uitgevoerd en welke conclusies hij daaraan heeft verbonden. Die motivering wordt verder begrensd door de verplichting uit de Aanbestedingswet dat een aanbestedende dienst geen bedrijfsvertrouwelijke informatie openbaar mag maken.
Aan de hand van dit kader analyseert de rechtbank vervolgens of de gemeente heeft voldaan aan haar motiveringsverplichting. De rechtbank meent van wel, omdat de gemeente duidelijk heeft laten zien welke analyse zij heeft uitgevoerd, hoe zij tot die analyse is gekomen en op basis van welke concrete informatie afkomstig uit de inschrijving van Lux Cernit en de nader ontvangen toelichting van Lux Cernit zij tot haar conclusies is gekomen. Indien de gemeente nog meer informatie zou moeten verschaffen, dan kan zij niet anders dan bedrijfsvertrouwelijke informatie verschaffen en dat mag niet aldus de rechtbank.
Kortom, de rechtbank meent dat de gemeente aan haar motiveringsverplichting heeft voldaan. Een motivering op hoofdlijnen is voldoende. Een gemeente mag niet in detail motiveren, teneinde de bedrijfsvertrouwelijke informatie van de winnende inschrijver te beschermen.
Het belang van deze uitspraak zit hem mijns inziens in de uitleg die de rechtbank geeft aan de reikwijdte van de motiveringsverplichting. Een begrijpelijke motivering op hoofdlijnen is voldoende aldus de rechtbank. Die motivering moet echter wel voldoende niet-bedrijfsvertrouwelijke informatie bevatten, zodat een rechter kan toetsen of die motivering steekhoudend is. Op hoofdlijnen betekent aldus de rechtbank dat een gedetailleerde motivering inclusief bedrijfsvertrouwelijke informatie niet is toegestaan. Ik meen dat dat terecht is.
Geef een reactie