Grosso modo gebruiken aanbestedende diensten twee verschillende beoordelingsmethodieken, namelijk absolute beoordeling en relatieve beoordeling. Voor het gemak laat ik de overige beoordelingsmethodieken buiten beschouwing. Bij de eerste methodiek beoordeelt de aanbestedende dienst de inschrijving op zijn eigen merites aan de hand van de gunningscriteria. In de tweede methodiek beoordeelt de aanbestedende dienst iedere inschrijving in vergelijking met de andere inschrijvingen en is de score die de betreffende inschrijving krijgt afhankelijk van de scores van de andere inschrijvingen. Over met name die laatste beoordelingsmethodiek is veel (juridische) discussie geweest zoals de rangorde paradox.
Het is een aanbestedende dienst op grond van het transparantie beginsel niet toegestaan om af te wijken van een vooraf bekendgemaakte beoordelingsmethodiek. Als een aanbestedende dienst kiest voor een absolute beoordelingsmethodiek, mag hij in beginsel dus niet inschrijving onderling gaan vergelijken. Maar wat nu als de aanbestedende dienst in het gunningsvoornemen toch relatieve kenmerken en voordelen van de winnende inschrijver bekendmaakt. Heeft er dan toch een soort van relatieve beoordeling plaats gevonden? Die vraag had de rechtbank Noord-Holland in een recente uitspraak bij de hand.
Wat speelde er precies?
PALLAS – de verantwoordelijke aanbestedende dienst voor de kernreactor in Petten – heeft twee Europese mededingingsprocedures met onderhandelingen georganiseerd voor de vervanging van diverse onderdelen van de kernreactor. De ingediende inschrijvingen zouden voor beide aanbestedingen absoluut worden beoordeeld. Diverse partijen dienen inschrijvingen in. Op basis van de ingediende definitieve inschrijvingen besluit PALLAS de opdrachten te gunnen aan VDL KTI. Een andere inschrijver, Schelde Exotech B.V. is het hier niet mee eens. Zij meent dat PALLAS onder andere relatief beoordeeld zou hebben, omdat in haar voornemen tot afwijzing er relatieve voordelen en kenmerken van VDL KTI waren opgenomen. De bezwaren van Exotech wijst PALLAS af, waarna Exotech naar de rechter stapt.
Ook de rechter gaat niet mee in het betoog van Exotech. De rechter stelt dat partijen het erover eens zijn dat er absoluut beoordeeld zou worden. Verder constateert de rechter dat een aanbestedende dienst op grond van artikel 2.130 Aw 2012 verplicht is om in het voornemen tot afwijzing de relatieve kenmerken en voordelen van de winnende inschrijver kenbaar te maken. De vergelijking tussen de inschrijving van Exotech en VDL KTI waar Exotech over valt, is dus geen relatieve beoordeling geweest, maar simpel een vergelijking tussen beide inschrijvingen zodat PALLAS aan de wettelijke motiveringsverplichting kan voldoen.
Belangrijk is dat de rechter daaraan toevoegt dat er pas sprake is van een relatieve beoordeling als de beoordeling van de ene inschrijving bepalend is voor de scores/beoordeling van de andere inschrijving. Exotech heeft nergens aangevoerd, laat staan aannemelijk gemaakt dat beide inschrijvingen ten behoeve van de puntentoekenning onderling zijn vergeleken. Daarom meent de rechter dat ervoor moet worden gehouden dat PALLAS absoluut heeft beoordeeld en slechts om te voldoen aan haar wettelijke motiveringsplicht de inschrijvingen vervolgens onderling heeft vergeleken.
Nu ook alle andere gronden van Exotech stranden, wijst de rechtbank de vorderingen van Exotech af.
Het belang van deze uitspraak zit hem mijns inziens in het duidelijke onderscheid dat de rechtbank maakt tussen enerzijds absolute beoordeling en anderzijds relatieve beoordeling. Daaraan voegt de rechter mijns inziens terecht toe dat het enkele feit dat er in het gunningsvoornemen relatieve kenmerken van de winnende inschrijver zijn benoemd, nog niet met zich brengt dat er alsnog sprake is geweest van een relatieve beoordeling. Daarvoor is meer noodzakelijk, want het benoemen van relatieve kenmerken en voordelen is slechts het uitvloeisel van de wettelijke motiveringsverplichting.
Geef een reactie