Wanneer twee inschrijvers een eis verschillend uitleggen, is er dan direct sprake van een transparantiegebrek?

Het transparantiebeginsel schrijft voor dat de behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de eisen op taalkundige wijze kan uitleggen, gelet op alle aanbestedingsstukken in onderling verband gezien. Wanneer er meerdere manieren zijn om een eis objectief gezien uit te leggen, dan kleeft er een transparantiegebrek aan de aanbesteding. Een heraanbesteding zal dan noodzakelijk zijn. Tot die conclusie kwam de Rechtbank Noord-Holland in een recente uitspraak.

Wat speelde er precies?

De gemeente Heiloo had een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het verspreiden van het gemeentenieuws via een huis-aan-huis blad. In de aanbestedingsstukken had de gemeente een indicatieve oplage genoemd van ongeveer 15.000 stuks. Uitkijkpost Media en Rodi Media hebben beide een aanbieding ingediend.

Uitkijkpost Media – de zittende leverancier – was uitgegaan van een oplage van 15.000 stuks op basis van haar ervaringen als zittend leverancier. Rodi Media had op basis van haar ervaringen bij vergelijkbare opdrachten en openbare bronnen berekend dat een lagere oplage ook voldoende zou zijn, namelijk 11.100 stuks. De gemeente beschouwt beide aanbieding als geldig, want zij meent dat het aantal van 15.000 stuks slechts een indicatief getal was. De gemeente uit een gunningsvoornemen aan Rodi Media.

Uitkijkpost Media is het hier niet mee eens en start een kort geding. Een van haar vorderingen is een heraanbesteding, omdat de eis van het aantal oplagen onvoldoende duidelijk was. De rechter beoordeelt deze vordering als eerste. Hij komt tot de conclusie dat nu zowel Uitkijkpost Media, als Rodi Media als de gemeente deze eis anders uitleggen, de eis onvoldoende duidelijk was en dus een transparantiegebrek kleeft aan de aanbestedingsprocedure. De rechter gaat daardoor mee in de vordering van Uitkijkpost Media en gelast een heraanbesteding.

Hoewel ik de stappen die de rechter zet in zijn beoordeling kan begrijpen, meen ik echter wel dat hij een onjuiste toetsingsmaatstaf toepast. De vraag is niet of meerdere inschrijvers de eis anders hebben uitgelegd, maar hoe de behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver deze eis zou uitleggen. In de Nederlandse jurisprudentie is deze uitleggingsnorm uitgewerkt aan de hand van de Cao-norm. Namelijk wat kan de behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver op basis van een taalkundige interpretatie van deze eis in het licht van de rest van de aanbestedingstukken begrepen hebben? Pas wanneer er op basis van die toetsingsmaatstaf meerdere manieren zijn om de eis uit te leggen, dan kleeft er een transparantiegebrek aan de betreffende eis.

In casu gaat het om het uitleggen van een verschijning van gemiddeld 1,3 pagina per week met een oplage van 15.000 stuks. Als ik kijk naar deze letterlijke tekst, dan lijkt mij de uitleg daarvan helder, namelijk dat je een aanbieding moet doen gebaseerd op 15.000 stuks. De uitleg van Rodi Media dat minder stuks ook zou voldoen, zou daarom volgens mij geen stand moeten kunnen houden. Dat zou mijns inziens ook moeten betekenen dat de inschrijving van Rodi Media ongeldig was, want deze was niet besteksconform. De gemeente had alsdan de opdracht aan Uitkijkpost Media moeten gunnen.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *