Aanbestedende dienst houd je aan je eigen regels!

Het gelijkheidsbeginsel verplicht een aanbestedende dienst om alle inschrijvers op gelijke wijze te behandelen. Past zij een maatregel toe richting een inschrijver, moet zij diezelfde maatregel toepassen richting alle inschrijvers op wie die maatregel van toepassing zou zijn. Maar hoe ga je daar in de praktijk nu mee om? Voor die vraag zag de Rechtbank Midden-Nederland zich geplaatst in een recente uitspraak.

Wat speelde er precies?

De Provincie Utrecht was een aanbesteding gestart voor de catering op het Provinciehuis. Op straffe van ongeldigheid moest een volledig ingevuld prijzenblad ingediend worden. Zes partijen doen een inschrijving. Na beoordeling van deze inschrijvingen is de provincie voornemens om de opdracht aan Compass te gunnen. Hiertegen maakt een van de inschrijvers bezwaar door middel van een kort geding.

Naar aanleiding van de dagvaarding heeft de provincie de ingediende inschrijvingen nogmaals beoordeeld. Op basis van die herbeoordeling heeft de provincie vier van de zes inschrijvingen, waaronder de inschrijving van Compass, alsnog ongeldig verklaard, omdat zij het prijzenblad niet volledig hadden ingevuld. Op basis van deze herbeoordeling heeft de provincie het voornemen geuit om de opdracht te gunnen aan Albron, met de bezwaarmakende onderneming op de tweede plaats. De bezwaarmakende onderneming heeft op basis van deze herbeoordeling besloten haar kort geding in te trekken.

Tegen deze beslissing start Compass een kort geding. Zij stelt dat de provincie het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door bij twee inschrijvers wel een niet volledig ingevuld prijzenblad te accepteren en bij de rest van de inschrijvers niet. De provincie voert hiertegen verweer in die zin dat een eenvoudige verduidelijking op basis van de objectief beschikbare gegevens met zich bracht dat de prijzenbladen van Albron en de bezwaarmakende onderneming wel volledig waren ingevuld. Zij maakt daarbij een onderscheid tussen cellen waar prijzen/tarieven op ingevuld moesten worden en cellen waarin enkel informatie moest worden ingevuld.

De voorzieningenrechter gaat niet mee in dit verweer. In de eerste plaats constateert de voorzieningenrechter dat een volledig ingevuld prijzenblad moest worden ingediend, op straffe van ongeldigheid. Wanneer een of meer cellen – ongeacht het soort informatie dat daarin opgenomen moest zijn – op het prijzenblad niet zijn ingevuld, dan moet dat onherroepelijk tot ongeldigheid leiden.

Een aanbestedende dienst is namelijk op basis van het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel gehouden haar eigen regels nauwgezet toe te passen en mag daarbij geen onterecht onderscheid maken tussen inschrijvers. Als zij de ene inschrijving conform de aanbestedingsstukken terzijde legt omdat een cel niet ingevuld was op het prijzenblad, dan moet zij alle inschrijvingen met lege cellen terzijde leggen.

Dit oordeel van de voorzieningenrechter heeft tot gevolg dat alle zes de inschrijvingen ongeldig moeten zijn. De voorzieningenrechter gebiedt daarom de provincie de aanbestedingsprocedure in te trekken en ingetrokken te houden.

Deze uitspraak laat naar mijn mening heel duidelijk zien dat een aanbestedende dienst te allen tijde het gelijkheidsbeginsel toe moet passen. Als zij de sanctie van ongeldigheid heeft gesteld op een niet volledig ingevuld prijzenblad zonder enig onderscheid tussen verschillende soorten informatie, dan heeft de aanbestedende dienst geen andere keuze dan alle inschrijvingen die een niet volledig ingevuld prijzenblad hebben, ongeldig te verklaren. Gezien het feit dat de sanctie van ongeldigheid expliciet is gesteld, kan en mag een aanbestedende dienst ook geen gelegenheid tot herstel bieden.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *