Opdrachtnemer houd je aan je aanbieding!

Bij veel aanbestedingen wordt tegenwoordig een plan van aanpak of iets dergelijks gevraagd/vereist. In dit plan van aanpak kunnen inschrijvers vaak beschrijven hoe zij de opdracht willen gaan uitvoeren, welke randvoorwaarden zij daarvoor gebruiken en welke meerwaarde zij wensen aan te bieden. Met de nodige regelmaat maakt z’n plan van aanpak onderdeel uit van de kwalitatieve gunningscriteria en wordt het plan van aanpak onderdeel van de gegunde opdracht. Maar wat nu als je als opdrachtnemer je uiteindelijk niet houdt aan je plan van aanpak? Voor die vraag zag de Rechtbank Gelderland zich geplaatst in een recente uitspraak.

Wat speelde er precies?

De gemeente Arnhem had een aanbesteding georganiseerd voor exploiteren van A0 reclamedisplays. Onderdeel van de kwalitatieve gunningscriteria was een plan van aanpak waarin onder andere de aanpak van de implementatie beschreven moest zijn. Drie bedrijven deden een inschrijving. Na beoordeling van de ingediende inschrijvingen was de gemeente voornemens de opdracht te gunnen aan Bedrijf 1. Een van de redenen hiervoor was dat Bedrijf 1 een ambitieus plan voor de implementatie had ingediend.

Bedrijf 1 gaat aan de slag, maar de implementatie loopt om diverse redenen heel erg stroef. Zo blijken de locaties waarop de displays gerealiseerd te moeten worden niet helemaal correct en zou er eventuele vergunningen nodig zijn. Uiteindelijk resulteert dit erin dat de gemeente Bedrijf 1 diverse malen sommeert tot deugdelijke nakoming.

Ondertussen ontvangt de gemeente ook een klacht van het bedrijf dat als tweede was geëindigd bij de aanbesteding. Met dit bedrijf had de gemeente een wachtkamerovereenkomst gesloten. Dit bedrijf geeft aan dat de displays die Bedrijf 1 plaatst niet in overeenstemming met het programma van eisen zijn. Andermaal sommeert de gemeente Bedrijf 1 tot nakoming, enerzijds op grond van het feit dat alle displays niet tijdig gerealiseerd zullen worden en anderzijds op grond van het feit dat de displays die wel geplaatst zijn (deels) niet voldoen aan het programma van eisen. Bedrijf 1 legt deze sommatie naast haar neer. Daarop ontbindt de gemeente de overeenkomst en gaat zij verder met het bedrijf waarmee ze de wachtkamerovereenkomst had gesloten. Bedrijf 1 is het hier niet mee eens en start een kort geding waarmee ze nakoming van de overeenkomst wenst te bewerkstelligen.

De Rechtbank gaat niet mee in het betoog van Bedrijf 1. In de eerste plaats meent de rechtbank dat de ontbinding op grond van het niet tijdig kunnen of willen plaatsen van de displays rechtmatig is. Bedrijf 1 had in haar plan van aanpak deadlines en dergelijke gesteld en komt deze deadlines zelf niet na. Dat er eventueel onzekerheid en onduidelijkheid zou zijn geweest, kan Bedrijf 1 hierbij niet baten, want veel van deze onzekerheden en onduidelijkheden had zij zelf weg kunnen nemen door meer proactief te handelen of kwamen op grond van de overeenkomst voor haar rekening en risico.

In de tweede plaats heeft Bedrijf 1 gewoon te voldoen aan het programma van eisen. De te plaatsen displays moeten voldoen aan de door de gemeente gestelde omvangseisen. Wanneer Bedrijf 1 daaraan niet wil voldoen, is dat evenzeer voldoende grond om de overeenkomst te ontbinden.

Sterker nog, de gemeente moet de overeenkomst wel ontbinden, anders zou zij de opdracht wezenlijk wijzigen zonder een daartoe verplichte heraanbesteding. Kortom, afwijzing van de vorderingen van Bedrijf 1 volgt.

Het belang van deze uitspraak zit hem mijns inziens in de duidelijke koppeling die de rechtbank maakt tussen het aangeboden plan van aanpak, de overeenkomst en de wijze waarop de opdrachtnemer de opdracht in de praktijk uitvoert. Wanneer een opdrachtnemer afwijkt van het programma van eisen, was het altijd duidelijk. Dan pleegt die wanprestatie kort gezegd. De rechtbank maakt thans ook heel duidelijk dat als een opdrachtnemer haar eigen plan van aanpak tijdens de uitvoering niet nakomt, de opdrachtnemer evenzeer wanprestatie pleegt. Ontbinding van de overeenkomst is dan de enige logische stap voor de opdrachtgever.

Het is dus voor inschrijvers heel belangrijk om zich te realiseren wat zij opschrijven in hun plan van aanpak. Zij moeten zich goed realiseren dat als zij gouden bergen beloven in het plan van aanpak, zij deze gouden bergen ook daadwerkelijk moeten gaan leveren. Doen zij dat niet, dan lopen zij het risico dat de overeenkomst ontbonden zal worden.

Aan de andere kant is deze uitspraak ook een duidelijke waarschuwing richting opdrachtgevers/aanbestedende diensten. Wanneer zij gouden bergen in een plan van aanpak belooft krijgen, moeten zij er ook op toezien dat die gouden bergen geleverd worden. Doen zij dat niet, dan staan zij eigenlijk een wezenlijke wijziging van de opdracht toe. Alsdan handelen de aanbestedende diensten onrechtmatig richting de overige inschrijvers op de oorspronkelijke opdracht en kunnen de aanbestedende diensten schadeplichtig worden.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *