Wanneer is een gunningsvoornemen/afwijzing voldoende gemotiveerd?

Regelmatig duikt de vraag op of een voornemen tot afwijzing wel voldoende is gemotiveerd. De Aanbestedingswet 2012 geeft duidelijke regels aan in artikel 2.130 Aw 2012, maar in de praktijk blijkt dit toch een stuk lastiger. Zo diende de Rechtbank Limburg in een recente uitspraak een conclusie te trekken of een voornemen tot afwijzing voldoende was gemotiveerd.

Wat speelde er precies?

De gemeente Heerlen was een Europese openbare aanbesteding gestart voor een sport- en bewegingsstimuleringsprogramma. De opdracht zou worden gegund op basis van de beste prijs/kwaliteitverhouding. Doordat de gemeente zou werken met een vast budget, hanteerde zij een viertal kwaliteitscriteria om te bepalen welke inschrijver de opdracht zou winnen.

De gemeente ontvangt diverse inschrijvingen. Na beoordeling van de inschrijvingen is zij voornemens om de opdracht te gunnen aan The Move Factory. Alcander eindigde op de tweede plek. In haar voornemen tot afwijzing gericht aan Alcander gaf de gemeente de totaalscores en deelscores van de beide inschrijvers aan en een motivering van de score van Alcander. Alcander meent dat haar gunningsvoornemen onvoldoende gemotiveerd is en start een kort geding.

De Rechtbank Limburg geeft in haar uitspraak duidelijk aan dat voor een volledige motivering het vereist is dat niet alleen de scores van de beide inschrijvers worden gegeven en een motivering van de eigen scores, maar dat ook een motivering van de relatieve kenmerken en voordelen van de winnende inschrijver gegeven moet worden. Als die ontbreekt, is het voornemen tot afwijzing onvolledig en kan niet in stand blijven.

Saillaint detail in deze zaak is dat de rechtbank niet beslist dat de gemeente een nieuw gunningsvoornemen moet gaan uiten. De rechtbank meent namelijk dat de gemeente over moet gaan tot herbeoordeling van de inschrijving van Alcander, omdat de niet toereikende motivering een fundamenteel gebrek is, want in strijd met het transparantiebeginsel. Het alsnog laten aanvullen van de motivering zonder herbeoordeling zou namelijk het risico op doelredeneren in zich herbergen, dat – in mijn woorden – in strijd is met het objectiviteitsbeginsel. Wat volgt is dus een gebod tot herbeoordeling van de inschrijving van Alcander door een nieuwe beoordelingscommissie.

Om deze uitspraak nog unieker te maken, voegt de rechtbank er vervolgens ook aan toe dat een met naam genoemde persoon geen onderdeel mag uitmaken van de beoordelingscommissie, omdat deze tot twee jaar geleden werkzaam was bij TMF. Dit is om alle schijn van partijdigheid te voorkomen. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Het belang van deze uitspraak is mijns inziens tweeledig. In de eerste plaats laat de rechtbank duidelijk zien wat de minimale wettelijke motiveringsvereisten zijn. Als de relatieve kenmerken en voordelen van de winnende inschrijver ontbreken in het gunningsvoornemen, dan is er geen geldig gunningsvoornemen geuit en mag de aanbestedende dienst niet doorgaan.

In de tweede plaats neemt de rechtbank in deze uitspraak een zeer bijzondere afslag door de herbeoordeling van alleen de inschrijving van Alcander te bevelen door een nieuwe beoordelingscommissie. Normaliter is de uitspraak in dit soort zaken dat de rechtbank de aanbestedende dienst gebiedt een nieuw en goed gemotiveerd gunningsvoornemen te uiten.

In deze uitspraak gaat de rechtbank echter veel verder door te stellen dat er een fundamenteel gebrek kleeft aan de procedure. Op zich zou ik die stap nog kunnen volgen, maar dan zou je niet alleen herbeoordeling van de inschrijving van Alcander verwachten, maar herbeoordeling van alle ingediende inschrijvingen. De reden waarom enkel de inschrijving van Alcander herbeoordeeld zou moeten worden, vloeit niet (duidelijk) voort uit de uitspraak en levert voer voor discussie.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *